Geschiedenis Werkplaats Rechtsstaat en Democratie

[gview file=”http://vwohulp.nl/wp-content/uploads/2015/02/Geschiedenis-jaartallen-Rechtstaat-en-Democratie.docx”]

Geschiedenis Werkplaats Rechtsstaat en Democratie

Geschiedenis Tweede Fase VWO

Wolters-Noordhoff

 

Hoofdstuk 1 – De Nederlandse Weg Naar De Vrijheid (1581-1848)

HET ARCHIEFSTUK

Thorbecke

  • 1848 schreef grondwet → basis parlementaire democratie
    • Regering niet alleen in eigen belang regeren maar ook in dat van het volk
      • Grondwet staat dat regering verantwoording moest afleggen aan Tweede Kamer
      • Tweede Kamer moest door het volk gekozen worden
      • Parlement stelt wetten vast
    • Kamerleden moesten beslissingen maken op grond van rationele deskundige discussies tussen Kamerleden en ministers. En niet teveel het volk erbij betrekken
    • Alleen mensen met bezit kregen kiesrecht omdat Thorbecke ander niet in staat achtte rationeel te denken.
    • Vrijheid
      • Godsdienstvrijheid
      • Drukpersvrijheid
      • Vrijheid van meningsuiting
      • Vrijheid van vereniging/vergadering
      • Overheid mag niet zonder goede reden privésfeer binnendringen
    • Voelde zich niet begrepen
      • Er waren bijv. wijzigingen in zijn grondwet

Paragraaf 1.1 – Hoe werkte het bestuurssysteem van de Republiek?

 

NL

  • 1800-1848: Willem I + II veel macht
  • 1848 invoering grondwet en dus parlementaire stelsel
    • Kiesrecht mannen met staatsburgerschap
  • Constitutionele monarchie: staatshoofd gebonden → grondwet
  • Parlementaire democratie → sinds 1919 → invoering vrouwenkiesrecht

 

NL 16e eeuw

  • Veel leeuwen afgebeeld: Leeuw symboliseerde strijd van de kleine gewesten (de Leeuw) tegen het machtige Spanje
  • 1581: Plakkaat van Verlating (onafhankelijkheidsverklaring)

Indirecte Oorzaak

  • Privileges
    • ME: steden en adel maar Filips II wilde deze centraliseren
  • Godsdienst
    • ME: Elite → katholiek. Filips II was voor katholieken geloof maar fel tegen protestantisme (bijv. calvinisme). De NE Elite wilde godsdienstige tolerantie dus ook daarom zorgde godsdienst ook voor afzetting.

Oorzaak

  • 1579 militaire bondgenootschap: Unie van Utrecht (in de unie was gewetensvrijheid)

Gevolg

  • Steden + gewesten hielden privileges
  • Platteland overal andere regels
  • In Staten regelden steden + adel gemeenschappelijke zaken onderling
  • In Staten-Generaal: regelden gewesten → defensie + buitenlandse politiek
    • Duurde lang → tot besluit (typisch Nederlands → nu ook nog zo)
      • ‘Republiek een leerschool voor de typische NL vorm van democratie’: Hiermee bedoelt het boek dat anno nu het overleg en het sluiten van compromissen ook nog lang duurt en dat dus toen je goed ziet waar wij het van geleerd hebben.
    • Gewetensvrijheid:
      • Katholieken mochten wel geloven maar hun kerk was verboden
        • Praktijk: (meestal tegen betaling) toch katholiekenkerk toegestaan
          • Ergernis van strenge calvinisten
        • Democratie
          • Calvijn:
            • ‘Overheid mag zich niet met de kerk bemoeien’
            • ‘Gelovige zelfstandige bijbel bestuderen’

Gevolg

  • NL telde minste analfabeten
  • Ontstond manier van doen en denken die past bij democratie
  • Nog geen democratie
    • Vooraanstaande families maakten de dienst uit in steden
    • Regenten hadden de bestuursfuncties
    • Burgerij helemaal geen invloed meer op bestuur (via gilden en schutterij)

 

  • Wel democratie vergeleken met buitenland
    • Godsdienstvrijheid
    • Drukpersvrijheid
    • Vrijheid van meningsuiting
    • Vrijheid van vereniging/vergadering
    • Overheid mag niet zonder goede reden privésfeer binnendringen
    • Vrouwen niet onderdanig aan de man
    • Huispersoneel werd met waardigheid behandeld
    • Boeren waren vrij (geen heer)
    • Geestelijke stand → afgeschaft
    • Adel alleen nog in het oosten

 

 

Paragraaf 1.2 – welke opvattingen hadden 17e– en 18e-eeuwse denkers over de relatie tussen staat en onderdanen en welke veranderingen vonden plaats in het Nederlandse bestuur tussen 1781 en 1831?

 

Stadhouder 18e eeuw (bijna koning)

  • Belangrijkste functionaris
  • Opperbevelhebber
  • Grote invloed → stadbesturen
    • Verzet van regenten (die hierom soms bij patriotten aansloten)

 

Bataafse Revolutie (1795 – 1806)

  • Gevluchte patriotten keerden terug uit Frankrijk
    • Zagen zichzelf als nakomelingen van Germaanse stam (Bataven) die tegen het Romeinse leger vocht. Bataven vonden vrijheid en democratie belangrijk.
    • Frans voorbeeld:
      • Rechten van de mens
      • volledige godsdienstvrijheid
    • Willem V vluchtte naar Engeland
    • Rustig → comités/patriotten kregen makkelijk macht door steun v/h Franse leger

Indirecte Oorzaak

  • 1775: Nederlanders → idee → volkssoevereiniteit (volk aan de macht)
  • 1760 verlichting populair → iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen geluk (niet regering/god/etc.)
    • Locke:
      • woonde in NL (1683-1689)
      • theorie: regering niet voor God bestuurde → maar voor het volk
        • moet helpen elkaars rechten (op leven, vrijheid en bezit) te respecteren
      • Montesquieu:
        • Trias politica → 3 machten
          • Wetgevende
          • Uitvoerende
          • Rechterlijke
        • Rousseau (schrijver)
          • ‘Ideale staat → mensen → contract → macht overdroegen → gekozen volksvergadering’
          • In NL zijn politieke boek verboden (uitzonderlijke (werd veel toegestaan))

 

Oorzaak

  • 1775-1783: Amerikaanse Revolutie
    • Men zag dat volkssoevereiniteit mogelijk was
  • 1781: Pamflet ‘Aan het volk van Nederland’ (door: van der Capellen)
    • Boodschap: ‘alle mensen hebben de verplichting elkaar zoveel mogelijk gelukkig te maken.’
  • Vrouw stadhouder
    • Willem V vluchtte naar Nijmegen
    • Vrouw wilde terug maar werd gearresteerd
      • Vroeg haar broer (koning v. Pruisen) leger te sturen
    • Duitse invasieleger zorgde weer dat de macht terugkwam bij de stadhouder en regenten
    • Patriotten vluchtte naar Frankrijk

Gevolg

  • 1796: Nationale Vergadering
    • Opstelling grondwet
  • 1798: staatsgreep door radicale democraten met Franse leger omdat Nationale Vergadering het nog niet eens was
    • Positief: dezelfde dag werd een nieuwe grondwet voorgelezen
      • Eenheidsstaat; zelfstandige macht → steden+gewesten → afgeschaft
      • Algemeen mannenkiesrecht
      • Volksvertegenwoordiging → hoogste macht
        • Koos regering; uitvoerende bewind/macht
          • Regering kreeg ambtenarensysteem (Agentschappen → voorlopers v. ministers)

 

Napoleon

1801: staatsgreep

  • Beperkte macht parlement + stelde censuskiesrecht in
    • Alleen voor mannen → bepaald belastingsom betaalden

1805: eind censuskiesrecht + benoemde dictator

1806: Schafte Bataafse Republiek af + broer werd koning van Holland

1810: lijfde NL bij Frankrijk

1813: NL bevrijd door Britse en Russische troepen

 

Paragraaf 1.3 – Hoe werkte het Nederlandse bestuurssysteem tussen 1813 en 1848 en hoe ontstond de liberale politieke stroming?

 

Koning Willem I

  • Hij behield
    • Eenheidsstaat
    • Nationale wetboeken
  • Verandering
    • 1815: Constitutionele monarchie
      • Grondwet
        • Beperkte macht niet v/d koning
      • parlement (Staten-Generaal)
        • was nauwelijks volksvertegenwoordiging
          • Eerste Kamer; koning benoemde leden
          • Tweede Kamer; benoemd door Provinciale Staten(vertegenwoordigers v/d adel + regenten)
          • Koning kon zelf over defensie, buitenlandse politiek en financiële beleid beslissen

1840: economisch slechter

  • Behoefte vrijheid + invloed (vooral rijkere middenklasse) =opposanten =liberalen
    • Iedereen gelijk niet alleen degene met een goede achtergrond

 

Paragraaf 1.4 – Wat werd in 1848 in de grondwet gewijzigd en welke rol speelde Thorbecke daarbij?

 

Johan Rudolf Thorbecke

  • Leidse hoogleraar
  • Kwam uit Zwolle
  • Vader tabakshandel
    • Tabakshandel problemen
      • Gevolg: vader nieuwe baan, wilde baan bij de overheid → kon niet regenten verdeelde baantjes
        • Maakte indruk op zoon
      • 27e → hoogleraar Gent
      • Liberaal geworden

Oorzaak

  • Overtuiging dat het heel slecht met NL ging
    • Mensen werden niet gestimuleerd om een baan te nemen
    • Benoeming in het bestuur → familieconnecties belangrijker dan capaciteiten
    • Burger had niks te zeggen dus wilde ook niet meewerken

 

Noordelijke + Zuidelijke Nederlanden (Nederland + België) samen

Oorzaak

  • Vertrouwen dat Frankrijk niet opnieuw agressief kon optreden (zoals door Napoleon hiervoor)

 

1830: Belgische afscheiding

oorzaak

  • Weinig verbintenis (tussen NL en België)
  • Zuiden was industriële revolutie verder waardoor onvrede ontstond
    • Gevolg: liberalen (behoefte vrijheid→ hadden bedrijf) → geen zin in regels van de koning (zorgt voor minder winst voor hun bedrijf)
  • Zuiden wilde niet kerk ondergeschikt maken aan staat

Gevolg

  • Ontstaan Nederland + België
  • Nederland:
    • Liberalen nauwelijks aanhang (1830-1845)
    • Koning Willem II laat Thorbecke nieuwe grondwet schrijven

Oorzaak

  • Koning voelde zich onzeker
    • 1848 liberalen aanhang werd groter
      • Honger: door tegenvallende oogsten
      • Strenge winters
      • Ziekten
    • revoluties
      • Bij de Franse revolutie werd de koning van de troon gestoten
      • Demonstraties en confrontaties in: Berlijn, Wenen, Praag, Milaan en Boedapest

 

 

Hoofdstuk 2 –  Politieke stromingen

Intro

Zwart staat voor → reactionair (=katholieken + antirevolutionaire)

Verschil
antirevolutionairekatholieken
negatiever over de staatstaatsmacht moest beperkt blijven (minder negatief over staat)

  • Samenleving zelf zoveel mogelijk regelen
  • Reactionair= een politieke stroming die een reactie geeft op veranderingen en deze als schadelijk ervaart, ofwel tegen verandering.
  • Tegen verlichting
    • Omdat God centraal stond voor reactionaire, wat dus betekend dat men niet zelf moet nadenken maar naar het gezag van God heeft te luisteren
  • Tegen Franse revolutie
    • Omdat deze opstand grotendeels is gebaseerd op het denken v/d Verlichting en Voltaire en dus niet God centraal zag

Rood staat voor → revolutionair (=socialisme)

  • Revolutionair= Deze beweging was juist voor verandering

VDB (Vrijzinnigedemocratische Bond)

  • Liberale partij
  • Zag zichzelf als erfgenaam van Thorbecke (Thorbecke was liberaal)
  • Verschil met Thorbecke
    • Thorbecke en zijn tijdgenoten hadden in het parlement rustige debatten zodat je niet, zoals in omringende landen, af ging op degene die het overtuigendste sprak. In Nederland ging het juist om het plan zelf, die iedereen op dezelfde toon verkondigde zodat er rationeel overgedacht kon worden.

 

Paragraaf 2.1 (tussen 1848-1919) – Het liberale tijdperk

1860: Tweede Kamer (NL)

  • Leek deftige herensociëteit
  • 68 leden
  • Scherp maar rustig en beschaafd discussieerden, waarbij het algemeen belang voorop stond
    • (Dit was dus het tegenovergestelde van wat zich in andere landen afspeelden)
  • Tegenstelling tot de jaren van 1588 t/m 1795, waarin de vertegenwoordigers v/d staten alleen voor hun gewest opkwamen, was dat men in 1860 zich niks van zijn achterban mocht aantrekken.
  • Geen politieke partijen,
    1. Tegenstellingen waren klein tussen de leden
  • wel kiesverenigingen (=organisaties van kiezers die vertegenwoordigers aanmelden en deze steunen)
  • de liberale leden het overwicht
    • censuskiesrecht voor rijke burgerij (liberale waar veelal rijke burgerij)

 

Vanaf 1950 (NL)

NL ontwikkelde zich tot industriële samenleving

Gevolg

Rol v/d gewone man want hij was de producent of consument die deze samenleving ontwikkelden.

Indirect gevolg

  • Katholieken, protestantse en socialistische politici gingen deze groep (normale mannen) vertegenwoordigen
  • Onvrede tegen liberalen, omdat zij niet meer vonden dat het parlement het algemeen behartigde

 

Paragraaf 2.2 – De confessionelen

Abraham Kuyper

  • Voormalig dominee, daarna politici
  • Studie: theologie
    • In deze tijd was hij nog een vrijzinnige protestant
  • Rond 1865: bekeerd tot orthodoxe calvinisme
    • God is oppermachtig en wanneer men niet naar zijn gezag luistert gaat het fout

Direct Gevolg

  • Hij werd leider v/d protestantse politieke stroming (=antirevolutionaire (reactionair))
  • Tegen liberalen
    • Conflict over lager onderwijs
      • Liberalen bevorderden openbaar onderwijs (=via verlichte en zelfstandige weg). Als orthodoxe protestant ben je hier natuurlijk op tegen daarom had Kuyper het conflict.
      • Overheid gaf geen geld uit aan eigen scholen (katholieken scholen)
      • 1878: liberale schoolwet
        • extra geld naar openbare scholen

Indirect gevolg

  • p.v. zijn leermeester een man v/h volk (= stond dicht bij zijn aanhang)
    • Kuyper stond alleen voor in de kamer dus zocht hij het volk op
  • Uitspraak: ‘In het isolement ligt onze kracht’ (isolement= afzondering)
    • Betekenis: Onze afzondering v/d andere leden zal onze kracht worden
    • Hij wilde realiseerde dit door:
      • Eigen krant, universiteit, kerk (gereformeerde kerk) en (1e ) politieke partij (ARP)
    • Speelde in op de emoties v/d mensen → tegenovergestelde van Thorbecke dus de liberalen verafschuwde hem.

 

Liberalen

  • zo veel mogelijk vrijheid van het individu zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt.
    • (meestal in het voordeel v/d werkgever)
  • scheiding en beperking van kerk en staat
    • als voorwaarde dat er godsdienstige tolerantie is en bestuursdomeinen die niet door het individu kunnen worden verzorgd door de overheid worden voltrokken.

 

Groen van Prinsterer

  • Leermeester Kuyper
  • Kamerlid
  • Deftige heer
  • Ver van het volk
  • Kon goed overweg met Thorbecke (ook liberaal)
    • Hierdoor kon Kuyper het niet met zijn leermeester vinden

 

ARP (Antirevolutionaire Partij)

  • Ideologie: staat kreeg gezag van God, maar staatsmacht beperkt omdat andere kringen hun macht rechtstreeks van God krijgen en de staat daar dus niet tussen hoeft te zitten
  • Grondbeginselen partijen
    • Wie voor ARP in Kamer/gemeenteraad moest zich houden aan partijprogramma.

 

Voor 1870

Katholieken en protestanten vijandig tegen over elkaar

Indirecte oorzaak

  • Godsdiensttwisten 16e + 17e eeuw
  • Achterstelling van katholieken

Directe oorzaak

  • Liberalen (waarmee katholieken samenwerkte) → werden antigodsdienstiger
    • Hierom kregen de 2 confessionelen stromingen meer oog voor elkaar

Direct Gevolg

  • Samenwerking tijdens de verkiezingen

 

Schaepman

  • Katholiek
  • Dreef politiek voor gelijke rechten v/d katholieken (=emancipatie)
    • Vanaf 1870 wilde katholieken alleen een beetje meedoen in de Kamer en wilde de protestanten vooral meer invloed. Maar wanneer Schaepman kamerlid wordt, verandert deze instelling.

 

  • 1890: Plan van Schaepman gaat voorspoedig

Oorzaak

  • Paus spoort katholieken aan zich te organiseren

 

  • 1891: Rerum Novarum= brief van de paus over een geloofskwestie (encycliek)
    • Geschreven door Paus Leo XIII
    • Waarschuwing tegen socialisme
      • Socialisten zetten arbeiders op tegen ondernemers (=slecht voor de saamhorigheid en sociale vrede)
    • Waarschuwing tegen liberalisme
      • Liberalen dachten alleen aan geld waardoor ze geen rekening meer hielden met hun werknemers (=ook slecht voor saamhorigheid en sociale vrede)

Confessionelen richten vakbonden en andere organisaties op

Oorzaak

De mensen op het platteland waar zij wel grip op hebben verhuizen massaal naar de stad waar het socialisme overheerst

  • Deze groep kwam niet in aanraking met het liberalisme omdat deze mensen over het algemeen arme boeren waren die als arbeiders in de stad gingen werken

Gevolg

1896: gezamenlijk programma

1916: Politieke partij

 

Paragraaf 2.3 – De socialisten

 

Rond 1870 → Sociale kwestie: “te vrij”

Er was armoede omdat er weinig steun was vanuit de overheid

Oorzaak

Meeste liberalen vonden dat de overheid niet de taak had armen te beschermen

 

Ferdinand Domela Nieuwenhuis

  • Voorheen dominee, verloor geloof in god en werd socialist (politici)
  • 1888: gekozen voor in de Tweede Kamer
  • Domela kreeg niet voldoende aanhang en ontwikkelde een denkwijze waarin niemand iets over hem te vertellen zou hebben, in het bijzonder de staat niet (=anarchisme)

 

1881: SDB (marxistische Sociaaldemocratische Bond) opgericht

  • Visie: klasseloze maatschappij, zonder armoede of uitbuiting.
  • Leider: Domela Nieuwenhuis
  • 1892: Troelstra wordt lid
  • 1894: richtte Troelstra SDAP op

Oorzaak

Hij had niet de intentie radicaal te worden

 

SDAP (Sociaaldemocratische Arbeiderspartij)

SDAP werd gematigder en sloten zich aan bij het reformistische geloof:

  1. Uiteindelijke overwinning v/d klassenstrijd

 

1885: district Sneek koos een arbeider

Gevolg

Deze man werd in de kamer als een diersoort ontvangen

Indirect gevolg

Arbeiders merkten dat ze voor minderwaardig werden gezien en sloten zich aan bij het socialisme

Paragraaf 2.4 – Naar het algemeen kiesrecht

Verandering t.o.v. 1848 – 1900

Vanaf 1900=

  1. NL duidelijk verzuilt (liberalen, protestanten, katholieken en sociaaldemocraten)
  2. Volksleider; verpersoonlijking van hun beweging
  3. Worden politieke bijeenkomsten massabijeenkomsten met veel commotie
  4. Liberalen gingen zich in partijen organiseren
  5. Confessionele en liberalen zijn voor kiesrecht
  6. Bijzonder onderwijs kreeg subsidie en in 1917 werden openbaar en bijzonder onderwijs zelf gelijk gesteld
  7. Districtenstelsel vervangen door evenredige vertegenwoordiging (1917)

 

 

 

 

 

Confessionele en liberalen zijn voor kiesrecht

Oorzaak

Op voorhand werd gedacht dat kiesrecht tot chaos zou lijden en dat het ten koste ging van partijvorming maar dit was niet zo.

Gevolg

1901: helft v/d mannen had kiesrecht

1917: alle meerderjarige mannen → kiesrecht

Mannen voelde weinig voor om vrouwen kiesrecht te geven omdat vrouwen waarschijnlijk een confessionelen stem uitbrachten.

1919: alle meerderjarige vrouwen → kiesrecht

1922: 1e verkiezingen met algemeen kiesrecht

 

 

Hoofdstuk 3 – Democratie in de 20e eeuw

Intro

Abortus

  • Verboden in NL, alleen wanneer de baby het leven v/d vrouw in gevaar was het toegestaan
  • Vanaf ’60 → abortus in de 1e 12 weken v/d zwangerschap gedoogd
    • Onder moto: ‘baas in eigen buik’ streden vrouwen voor volkomen legalisering’

van Agt

  • Katholiek
  • Minister-president
  • 1976: plan abortus kliniek Bloemenhove te sluiten. Maar een aantal vrouwen hadden zich die dag verenigd en de politie wist niet wat ze hiermee aan moesten.
    • Dit incident geeft een goed beeld van die tijd

 

Paragraaf 3.1 (1920 – 1945) – Verzuiling en crisis

Na 1917 veranderde de politiek:

  1. Evenredige vertegenwoordiging vergrootte macht partijleiding
  2. Geen onafhankelijke politici meer binnen Tweede Kamer
  3. Aantal partijen nam toe (ontevreden partijleden begonnen eigen partij)
    • Doordat grote partijen de meerderheid hielden bleef NL bestuurbaar
  4. De leiders besloten zonder hun achterban en maakten besluiten waarvan het volk weinig wist.

Ook maatschappij veranderde na 1917:

  • de mensen die lid waren van verschillende zuilen hadden weinig contact

 

Interbellum

  • alle kabinetten zaten katholieken + protestantse partijen, soms ook liberalen partijen
    • Sociaaldemocraten (SDAP) niet want Troelstra had gezorgd dat zijn partij gewantrouwd werd
  • Crisis in NL

Gevolg

  • De democratie kreeg de schuld en totalitaire beweging aanhang
  • NSB (van Mussert) kreeg aanhang (vooral winkeliers, boeren en andere middenklassers)
    • Toch was de opkomst van deze totalitaire bewegingen niet zo erg als in omringende landen “met dank” aan de verzuiling, omdat de meeste toch liever bij hun vertrouwde partij bleven

 

Opmerkelijk

Tijdens 2e wereldoorlog (in NL → 1940-1945) was er geen rechtsstaat en democratie. De enige partij was de NSB

 

Paragraaf 3.2 (1945-1965) – Naoorlogse zekerheid

Na WOII besefte Nederlanders dat democratie misschien toch beter was dan het totalitaire gezag

 

CPN (communistische partij) bleef overeind

Oorzaak

  • Koude oorlog zorgde voor aanhang
  • Russen hadden Duitsers verslagen

Toch daalde dit succes door sociale wetten en welvaart waardoor PvdA populair werd en CPN verdween.

 

Ontzuiling

oorzaak

  • Begon doordat in de oorlog het gevoel van eenheid was teruggekeerd
  • NVB, die doorbraak in ontzuiling wilden
    • Fuseerden met SDAP, VDB en CDU en vormde de PvdA
      • Dit kon omdat de SDAP al voor de oorlog eens was met het parlementaire stelsel en klassenstrijd had opgegeven

Gevolg

  • PvdA koos in Koude Oorlog voor “vrije” Westen

Gevolg

  • Bisschoppen waren bang grip op achterban te verliezen en riepen mensen op katholieken partij op te richten. Dit werd KVP.
  • Ook gebeurde dit onder protestanten. Dit werden de ARP en CHU

Indirect gevolg

  • Ontzuiling mislukt → confessionele kregen evenveel stemmen

 

 

1948: oprichting VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)

Behoudende (=conservatief) liberalen partij

Oorzaak

Linkse liberalen vonden PvdA te socialistisch (rode vlaggen, liederen)

 

Roomsrode coalitie (KVP= Rooms-katholiek + PvdA= sociaaldemocratisch (rood))

Oorzaak

  • Vonden dat onbeperkt kapitalisme leidt tot crisis, werkloosheid en sociale onrechtvaardigheid
  • Vonden dat overheid grote rol in de economie moest hebben en de armoede met sociale wetten bestrijden

 

1956: Tweede Kamer telt 150 zetels

1959: 142 v/d 150 Kamerzetels voor; KVP (Katholieke Volkspartij) | PvdA | VVD | ARP (Antirevolutionaire Partij) | CHU (Christelijke-Historische Unie)

 

Willem Drees

  • 1948-1958 → première
  • Onder de indruk van Toelstra
  • Hij deed of hij gewoon een man van het volk was

 

Paragraaf 3.3 (1965-1980) – Ontzuiling en verdere democratisering

Begin 1960: NL tevreden

Oorzaak

  • Economie groeide
  • Lonen stegen
  • Auto’s en televisies werden betaalbaar
  • Politieke tegenstellingen waren klein, met saaie politieke leiders
    • Confessionelen hadden macht en konden met PvdA of VVD samenwerken

 

Veranderingen na 1960:

  • christelijke werden minder streng
  • jongere ontdekten meer individuele vrijheid (ze deden wat ze zelf wilden)

gevolg

  • Provo werd opgericht

1966: D66 (nieuwe partij) wilde verandering

  • Omdat regels volgens D66 op grondwet van 1848 waren gebaseerd vonden ze dat het systeem niet meer werkte
  • Democratie was volgens hun pas voltooid wanneer bevolking première en burgermeester mocht kiezen
  • Districtenstelsel moest opnieuw worden ingevoerd voor een hechtere band met de kiezer

 

Veranderingen andere partijen

  • Bij de PvdA jongeren → kritiek → gewone leden → leiders konden controleren + over alles meebeslissen
  • Confessionelen Partij ook kritiek omdat → behoudend
  • VVD grote volkspartij

Oorzaak

  • Partij voor rijkere burgers werd getroffen door ontzuiling, individualisering en toenemende welvaart

Gevolg

  • Hans Wiegel maakte VVD tot volkspartij
  • 1967: Confessionelen verloren Kamermeerderheid

oorzaak

  • Ontzuiling
  • Maatschappelijke onrust

Gevolg

  • Samengaan van KVP, ARP en CHU → in CDA

 

 

Rechtsstaat in een nieuwe fasen

  • Gedrag van politici was burgerlijk
  • NL was ontzuild → politici richten zich op iedereen
  • Nederlanders waren mondiger
    • Invloed konden ze uitoefenen door demonstraties en inspraak
  • Klassieke grondrechten kwamen terug
    • Vrijheid v. godsdienst, meningsuiting, ontplooiing, actief burgerschap
  • D66 werd een gewone partij → opvolger van VDB (linksliberaal)

 

Geschiedenis jaartallen “Rechtstaat en Democratie”

 

1581                          Plakkaat van Verlatinghe

 

1588                          Ontstaan Republiek der 7 verenigde Nederlanden

 

1579                          Unie van Utrecht

 

Rond 1775                het idee van volkssoevereiniteit begon aan te slaan in Nederland

 

Vanaf 1760               de verlichting werd populair in Nederland

 

In jaren 1960 1970  overal in Nederland werden culturele clubs opgericht om de

verlichte ideeën te bespreken

 

1683 – 1689             Jon Locke woonde in Nederland

 

1776                          Amerikaanse revolutie

 

26 september 1781 Pamflet van ‘van der Capellen tot den Pol’: aan het volk van

Nederland

 

1786                          In Utrecht verjoegen de gewapende patriotten de regenten

 

1786                          Stadhouder Willem V vluchtte uit Den Haag naar Nijmegen

 

1787                          Pruisische leger verjaagt de patriotten

 

1787                          de Amerikaanse grondwet

 

1e week van 1795   de gevluchte patriotten keerden terug met het Franse legerv

Bataafse revolutie

 

1796                          Verklaring van de rechten van de mens en de burger

 

1796-1798               Nationale Vergadering

 

1798                          Radicale staatsgreep, de gematigden werden verjaagd

 

1801                          Napoleon maakte een eind aan de democratie en stelt het

censuskiesrecht in

1805                          Napoleon benoemde een dictator

1806                          Napoleon schafte de Bataafse Republiek af

 

1810                          Napoleon lijfde Nederland in bij Frankrijk

 

1813                          Nederland werd bevrijd door Britse en Russische troepen

 

30 november 1813  Willem-Frederik, zoon van de laatste stadhoudeer keert terug in

Nederland

1814 / 1815              Congres van Wenen

 

1815                          Nederland kreeg een grondwet en parlement

Nederland wordt constitutionele monarchie

 

1828                          ‘Monsterverband’ van katholiek en liberalen in het Zuiden

 

1830                          Belgische opstand

 

1831                          Koninkrijk België

 

1839                          Nederland erkent België

 

1840                          Willem II volgt zijn vader op

 

Na 1840                    Opkomst van de liberalen

 

Rond 1840                Radicale verandering bij Thorbecke →  liberaal

 

Rond 1845                Hervormingspogingen van Thorbecke leken te mislukken

 

1845-1848                Aardappelziekte en tegenvallende graanoogsten zorgen voor

honger in grote delen van Europa

 

Begin 1848               Revolutiespook stak de kop opeens weer op

 

1848                          Willem II vraagt Thorbecke een liberale grondwet te schrijven

 

1849                          Willem II dood door hartaanval

 

1870                          armoede onder arbeiders werd voortaan de ‘sociale kwestie’
genoemd

 

1878                          de liberale Schoolwet

 

1879                          Kuyper richtte de ARP op

 

1881                          oprichting marxistische SDB

 

1885                          het district Sneek koost de eerste arbeider in de tweede kamer

 

1886                          wedstrijdje palingtrekken in de Jordaan, wat uitliep op rellen

 

1888                          Domela werd gekozen in de Kamer

 

1890                          Scheapman kreeg steun

 

1891                          Paus Leo XIII schreef de Rerum Novarum

 

1892                          Troelstra sloot zich aan bij de partij van Domela

 

1894                          Troelstra richtte SDAP op

 

rond 1900                  het reformisme kreeg het tij mee

 

1900                          ontstaan 4 duidelijk onderscheiden stromingen

 

1901                          de helft van de mannen mocht stemmen

 

1908                          CHU

 

1916                          Echte politieke partij voor de katholieken

 

1917                          grondwetswijziging

 

1917                          communisten komen aan de macht in de Sovjet-Unie

 

1919                          vrouwenkiesrecht

 

1921                          een zwerver deed mee aan de Amsterdamse
gemeenteraadsverkiezingen

 

1922                          eerste verkiezingen met algemeen kiesrecht

 

1922                          de fascisten komen aan de macht in Italië

 

1933                          de nationaalsocialisten komen aan de macht in Duitsland

 

1933                          CPH veroverde 4 zetels in de tweede kamer

 

1940                          Na Duitse inval werden politieke partijen verboden, behalve NSB

 

1945                          NVB

 

1946                          Partij van de Arbeid ontstaat

 

1946                          Rooms-rode coalitie KVP en PvdA

 

1948                          oprichting VVD

 

1952                          Drees kreeg dankbare brief voor ouderdomsuitkering

 

eind 1966                  oprichting D66

 

1977                          ontstaan CDA door fusie KVP, ARP en CHU

 

 

 

Geef een reactie