Levensbeschouwing Samenvatting Over Wondere Feiten H5+6

Hoofdstuk 5 – Religie en Kunst

 

Plaatje met onderschrift op blz 63 moet je kennen:

 

 

Sommige bouwwerken op de wereld zijn gebouwd voor religieuze doeleinden. Belangrijk voorbeeld is: de boeddhistische Boroboedoer in Indonesië.

In europa (later ook in VS en andere werelddelen)  is te zien dat sinds de vierde eeuw van onze jaartelling religieuze gebouwen zijn beïnvloed door het christelijke geloof.

 

312: Keizer Constantijn de Grote bekeerde zich tot christendom.

313: Hij stelde bij wet vast (Edict van Milaan) dat alle burgers in het Romeinse rijk vrijheid van godsdienst hadden. → Christenen mochten nu legaal samenkomen, eerst deden ze dit bij mensen thuis, maar later deden ze dit in basilica’s (vaak in grote steden aan een centraal gelegen marktplein)

 

Basilica = Grieks. Betekent koninklijk gebouw. Werden gebruikt voor rechtszittingen en markten. Oude basilica hebben vaak kleine raampjes, om de stevigheid van het gebouw te behouden.

 

Op een gegeven moment hadden christenen meer behoefte aan een eigen gebouw en gingen kerken bouwen. Eerst nog in de vorm van basilica maar later werden deze gebouwd in een kruisvorm (initiatief van Constantijn).

 

Kerk komt van Grieks. Kyriakon = huis van de heer.

 

Kerken werden ook gebouwd op graven van heiligen en martelaars. Dit deed men zodat als mensen de kerk bezochten ze dichtbij de heiligen waren, en hoopten zo ook in de hemel te komen of heilig te worden.

 

De eerste koepelkerk werd +- 335 gebouwd in de tijd van Constantijn de Grote.

 

Basiliekstijl: zo noem je de stijl van kerken die naar het model van basilica zijn gebouwd. Maar sommige kerken heten Basiliek, maar zijn niet in die stijl gebouwd. Basiliek is dan een eretitel voor de Kerk.

 

Kathedraal: komt van latijnse woord cathedra (zetel) en verwijst naar het feit dat de bisschop daar een zetel heeft.
Je hebt ook kathedralen die ook de status van basiliek hebben:

Kathedrale Basiliek van Sint-Jan Evangelist (De Sint-Jan).

 

Uitleg van deze naam:

Kathedrale: het is een kathedraal.

Basiliek: eretitel (omdat het zo’n mooie kerk is waarschijnlijk).

Sint: Heilige.

Jan: komt van apostel Johannes.

Evangelist: betekent bijbelschrijver. Johannes was bijbelschrijver.

 

Kerk moet de hemel op aarde voorstellen. Het is het tegenovergestelde van wat er allemaal in de stad gebeurt. Je hebt in de Kerk alleen maar de goede dingen en daarbuiten is het slecht.

 

Beschermheiligen: Sommige heiligen worden als beschermheilige (of patroonheilige) gezien voor een bepaald beroep of voor bepaalde situaties.In rooms-katholieke kerk kan je beschermheilige zijn van: beroep, gilde, stad, of van iemand in een bijzondere situatie (ziekte of problemen) Voorbeeld: Antonius van Padua, men roept hem aan om verloren dingen terug te vinden.

 

Een aantal beschermheiligen van gildes/beroepen:

Sint Hubertus: Voor jagers

Sint Lucia: Voor oogarts (opticiens)

Sint Sebastiaan: Voor de schutterij (schutters gilde)

Sint Cecilia: Voor muzikanten en kooren

 

Gotische bouwstijl: veel tierelantijnen (dan is basilica meestal eretitel)

Romaanse bouwstijl: saai, weinig en kleine ramen (basilica is koninklijk gebouw)

 

Plattegrond op blz 64 moet je kennen en je moet weten waar altaar staat (op het koor).

 

Hoofdstuk 6 – Mijmeren langs de grens

Iedereen gaat anders om met rouwverdriet. Sommigen vinden het fijn om naar een plek te gaan die met de overledenen te maken heeft, anderen niet.

Mensen hebben vaak behoeften aan rituelen om de dood te verwerken, te delen en te uiten.

 

Opdracht 1 moet je kennen.

 

Het verhaal van schrijver Rainer Maria Rilke gaat over 2 geliefden die het bewustzijn van hun sterfelijkheid letterlijk buiten de deur willen houden, en wat daarvan voor hen het gevolg is.

De boodschap achter dit verhaal: je kan de dood niet ontlopen, het hoort bij het leven en iedereen komt hem ooit tegen.

 

Begraven van mensen is altijd al een ritueel geweest. Vroeger gebruikten mensen hunebedden om mensen onder te begraven. De Stenen kwamen uit de ijstijd, meegevoerd door het ijs uit Scandinavië. In 2500 v.C. kwam de Trechterbekercultuur ons land binnen. Zij maakten speciaal aardewerk, dat ook in hunebedden is teruggevonden. Zij begonnen ook met de hunebedden bouwen. (hunebedbouwers). Het is in NL de oudste vorm van grafcultuur. De doden werden er in zittende, liggende, of hurkende houding ingezet, en ze kregen allerlei giften mee → ze geloofden in leven na de dood.

 

Tot 400 kwam cremeren + begraven voor in West-Europa. In romeinse cultuur was cremeren normaal. Christenen begraafden juist, omdat ze dit beter bij het geloof vonden passen van lichamelijke opstanding. Groei van christendom → Groei van begraafplaatsen.

Begraafplaats: meestal buiten de stadsmuren, ver weg.

Kerkhof: Bij een kerk.

784: Karel de Grote liet lijkverbranding verbieden. Dit kwam doordat het christendom de heersende godsdienst was geworden in Europa. Je mocht alleen nog cremeren bij epidemieën of veldslagen.

Toen kreeg men meer belangstelling voor het begraven dichtbij, of onder een Kerk. Zo was je dichter bij de Heer en het heilige. Alleen rijken kregen meestal onder de kerk plek, armen werden buiten de Kerk begraven op het kerkhof.

1829: In Nederland verbod op begraven in de kerk  vanwege onhygiëne en stank.

Vanaf ong. 1850: Organisaties die mogelijkheid van crematie wettelijk wilden regelen.

1913: Nederlands eerste crematorium, in Driehuis-Westerveld

1914: Eerste crematie daar

1968: wetswijziging: cremeren gelijkgesteld aan begraven

 

 

In de Griekse mythologie komen uitgebreide voorstellingen voor over het lot van de ziel of de geest van de mens na zijn dood. Er is volgens hen een onderwereld waar geesten van mensen naartoe gingen na hun dood. ( Rijk van Hades → god van de onderwereld)

Scheiding tussen wereld en onderwered: Rivier de Styx. Die moest je oversteken als je dood was, via een boot, bestuurd door Charon de veerman. Ze moesten hiervoor betalen, en dat was de reden dat doden vaak een muntje onder de tong werd gelegd. Als je aan de overkant was aangekomen, moest je een driekoppige hellehond Cerberus passeren, deze zorgde ervoor dat je nooit meer het Rijk van Hades zou verlaten.

Tartarus: hier werd je naartoe gestuurd als je slecht had geleefd. hier onderging je straffen.

Elysium/Elysese velden: hier kwam je als je goed had geleefd. Het was het paradijs.Het werd gezien als een eiland in de onderwereld waar de zon scheen.

Nameloze wereld: hier gingen de gewone mensen heen. Hier waren vleermuizen en mensen dronken uit de Lethe, de rivier waarvan het water alles uit iemands herinnering doet verdwijnen.

 

Het christelijk geloof heeft hier veel uit overgenomen.

Hemel en hel, oordeel over goed en slecht, verschillende plaatsen waar je heen kan.

 

Kubler Ross

Fase 1 – ontkenning

In eerste instantie reageren mensen met ongeloof op een slecht bericht. Dit algemene afweermechanisme werkt als buffer na een onverwacht schokkend bericht en geeft de persoon kans om tot zichzelf te komen. Vervolgens zal zij geleidelijk herstellen van de schok. Het is daarbij belangrijk dat zij zijn gevoelens kan uiten bij bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon. Aan het einde van deze fase gaat de persoon op zoek naar feiten, de waarheid en eventuele schuldigen.

Fase 2 – woede

Wanneer men niet meer langer kan ontkennen, ontstaan er gevoelens van woede, ergernis, jaloezie en wrok. De woede en het onvermogen worden vooral geprojecteerd op de omgeving. De schuld wordt buiten zichzelf gezocht en bij collega´s, medewerkers en adviseurs gelegd. Soms richt de woede zich op de brenger van het slechte nieuws.

Fase 3 – onderhandelen

In deze fase probeert men op allerlei manieren onder de verschrikkelijke werkelijkheid uit te komen. Er wordt in deze fase onderhandeld. Door zichzelf doelen te stellen, wordt het slechte nieuws verzacht. Met de werkomgeving kan in deze fase een moeizame onderhandeling op gang komen betreffende werkafspraken en het doen van beloftes. Bij (dreigend) ontslag kan men in deze fase naar de rechter stappen als vorm van tegenaanval.

Fase 4 – depressie

De waarheid dringt in deze fase steeds meer door en de persoon voelt zich machteloos en niet begrepen. Daardoor gaat zij zich teruggetrokken gedragen en sluit zij zich af voor communicatie. De telefoon wordt niet meer opgenomen en mailtjes worden niet beantwoord. Er is in deze fase kans op een vlucht in alcohol en drugs, zoals pijnstillers, kalmeringstabletten en slaapmiddelen.

Fase 5 – aanvaarding

Als de persoon zich bewust is van het feit dat zij geen hoop meer hoeft te koesteren, kan hij het slechte nieuws aanvaarden. Zij kan bijkomen van de vorige fasen en haar verdriet accepteren. Zij zal na verloop van tijd weer zin hebben om dingen op te pakken en plannen te maken.

 

 

De boodschap achter het gedicht ‘’Ballade van de dood’’ is dat je niet zonder de dood kunt om gelukkig te zijn.

 

In het Christendom heb je de Hemel en het Paradijs. Het paradijs is waar de ‘’boom des levens’’ staat volgens de bijbel. ‘’Uitzien naar het paradijs’’ is een uitdrukking van een verlangen naar een situatie waar alles goed zal zijn, waar alles tot zijn recht zal komen, en van het geloof dat de overledene niet voor eeuwig dood is.

In het lied In Paradisum wordt dit geloof uitgedrukt. Dit lied wordt vaak bij uitvaarten gespeeld. Het lied maakt duidelijk dat er een leven na de dood is, en dat in het paradijs het leven voor altijd goed is, waar je samen met God leeft.

 

Allerheiligen (1 november): gedenksdag voor alle onbekende en bekende heiligen, en martelaren. Ingesteld in 837 door de Paus.

Allerzielen(2 november): dag waarop men bidt voor alle voorouders, die misschien nog moeten boeten in het vagevuur voordat ze naar de hemel mogen.

Halloween(31 oktober): bedoeld om booste geesten uit de buurt van zielen van overleden mensen te verdrijven. (komt van All Hallows Eve: allerheiligenavond)

 

Levensbeschouwing samenvatting SE-week 4 H.6

Mensen hebben behoefte aan rituelen om hun verdriet te delen en te uiten en om stil te staan bij het feit dat iemand er niet meer is.

Het begraven van doden is een van de oudste vormen van gezamenlijke rituelen van mensen. Het gebruik van Hunebedden is een van de oudste grafculturen in Europa. Het meegeven van giften en voedsel aan overledene is het bewijs dat men geloofde in een leven na de dood.

Het verbranden van overledene was de meest toegepaste methode bij de Romeinen, Christene begraafde liever, dit paste beter bij het geloof in lichamelijke opstanding. Met de groei van het Christendom komen er steeds meer begraafplaatsen, de meeste buiten de stadsmuren. In 784 vaardigde Karel de Grote een verbod uit tot lijkverbranding voor alle volkeren van zijn rijk. Mensen wilde bij de kerk begraven worden, het liefst dicht bij het altaar met de gedachte dat men dichter bij ‘het heilige’ was. Alleen rijken kwamen dichtbij het altaar, de arme op het kerkhof. In 1829 verbiede Napoleon dat er nog in de kerk mocht worden begraven er mocht alleen nog maar buiten de stadsmuren worden begraven. Dit was vanwege gebrek aan ruimte, stank en onhygiënische toestanden. In 1913 kwam het eerste crematorium (Driehuis-Westerveld bij Velsen). En in 1968 pas een wetswijziging dat cremeren gelijk stond aan begraven.

Tegenwoordig lijkt er wel een taboe te liggen op spreken over de dood. Er is een ontkennende houding t.o.v. de dood en het moet zolang mogelijk worden uitgesteld door medische machten. Het verouderingsproces zelf wordt ook bestreden: anti-rimpel crème enz.

Rouwen is een proces dat mensen meemaken om bepaalde gebeurtenissen in hun leven te verwerken vallen en opstaan. I.p.v. over rouwen kan je ook spreken over ‘verwerkingsgevoelens’. Je moet deze gevoelens niet onderdrukken.

Er zijn verschillende fasen in het rouwproces:

  1. Ontkennen: als mensen horen dat ze bv ongeneeslijk zien zijn, ontkennen ze dat in eerste instantie. ‘De dokter vergist zich vast, die maakt ook              fouten!’.
  2. Woede: ‘Waarom moet mij dit nou weer overkomen?’ Deze woede komt voort            uit onzekerheid, angst en machteloosheid. Begrip en aandacht voor de   patient is in deze fase erg belangrijk.
  3. Depressie: de stervenede realiseert zich dat alles zinloos is geworden. Aller         wordt negatief bekeken. De omgeving moet in deze fase meeleven en               medelijden tonen. Wat niet gedaan moet worden: de zieke aanmoedigen              om het leven van de zonnige kant te bekijken (‘zolang er leven is,                is er hoop’).
  4. Aanvaarden: als alle angsten zijn uitgesproken zullen mensen waarschijnlijk het    sterven onder ogen durven zien en het accepteren. Sommige mensen         vallen echter terug in woede en depressie. In deze laatste periode                is het belangrijk dat de omgeving laat zien dat ze de zieke niet in         de steek laten! Dit is pas de eerste fase van het echte rouwen.

 

Rouwen:

  • Rouwen is een proces dat mensen meemaken om bepaalde gebeurtenissen in hun        leven te verwerken.
  • Functie: het verwerken van het verlies (van een persoon)
  • Rouwen is in wezen een proces waarin je afleert te wachten op de
  • Door te rouwen of verdrietig te zijn leer je je aan te passen aan de veranderingen (ook verhuizen, verandering werk, huisdier) waardoor              je verdrietig bent.
  • Het rouwen (afleiding zoeken, praten, schrijven) als verwerkingsproces                is een soort zelfbeschermings- en afweermechanisme.

 

 

De oude Grieken

de geesten van de overledenen gingen naar de onderwereld (Hades). Ze werden door de veerman Charon over de Styx. Voordat ze de Hades bereikten moesten ze nog langs Cherberus de hellehond. De geesten van mensen die slecht hadden geleeft gingen naar de Tartarus, hier ondergingen ze allerlei straffen. Elysium was voor de goede geesten, dit werd gezien als een eiland in Tartatus waar het zonlicht kon komen. Voor de gewone mensen was er een naamloze wereld waar men drinkt uit de Lethe, een rivier die herinneringen doet verdwijnen.

De oude Egyptenaren

Een deel van de ziel veranderde in een vogel (Ba) die naar de hemel afreisde. De rest leefde voort in het gemummificeerde dode lichaam. Voor dat laatste deel werden in het graf voedsel, leding en werktuigen meegegeven. Voor de rijke ook pyramiden.

De christenen

De christenen hebben het ‘leven na de dood’ van de Grieken en Romeinen overgenomen. De scheiding van goede en slechte mensen komt erg overeen met de Griekse gedachte. De hemel wordt als een paradijs gezien waar alles goed is. Ooit zal het leven de dood overwinnen. In de 21e eeuw zijn hemel en hel meer abstract geworden door de ontkerkelijking . De meeste christenen geloven in opstanding uit de dood en een eeuwig leven. Andere christenen denken dat je het meer symbolisch moet opvatten. Een overledene zal niet zelf in het leven terugkeren, maar zijn idealen kunnen in andere voortleven.

Rooms-Katholieke kerk: deze hadden ook nog het vagevuur. Hierin werden matig slechte mensen gereinigd door het vuur waardoor ze alsnog naar de hemel konden.

Protestantisme (Calvijn): hierbij stond het bij de geboorte al vast ofdat je naar de hemel of hel zou gaan en het vagevuur was dus niet meer nodig. Je daden hebben hier dan dus geen invloed op. predestinatieleer.

 

Bijbel:

Verschillende ontwikkelingen over het leven na de dood met drie fases:

  1. Het oude testament

Er was sprake van een onderwereld waarin iedereen terecht kwam (goed en kwaad). Men leefde vooral voort in herinneringen.

  1. Laatste boeken van het oude testament en deel tussen oude en nieuwe             testament

Er komt een gedachte van een individueel voortleven. De hoop op voortleven na de dood is steeds sterker.

  1. Het nieuwe testament

Lijfelijke opstanding uit de dood is een wezenlijk punt geworden. Er is hoop op een betere wereld. De dood heeft niet het laatste woord, maar is een vijand die bestreden moet worden. Men gelooft in een persoonlijk voortbestaan met een nieuw lichaam en niet alleen als een vage geest. Dat was de reden dat men vroeger crematie en ook reïncarnatie afwees, omdat het lichaam bij opstanding weer nodig is.

 

Geef een reactie