Dossier PoëzieProject (2)

 

Nederlands Dossier n.a.v. Poëzieproject

Inhoudsopgave

Inleiding

Opdrachten §1

Opdrachten §2

Opdrachten §6

Opdrachten §8

Opdrachten §10

Opdrachten §11

Conclusie

Bronvermelding

 

 

 

 

Inleiding

Een wereld vol een literaire vormen waar dichters gebruik van maken wanneer ze stemmingsbeelden en hun gevoel globaal met weinig woorden weergeven. Inhoudelijk zijn opdracht 1 tot en met 9 verwerkingsopdrachten. De moeilijkheidsgraat de opdracht 10 en 11 was van hoger niveau. Het totale dossier bevat 11 opdrachten met toelichting waarbij de laatste een volledige analyse bevat over het gedicht Insomnia van J.C. Bloem.

 

Dit dossier is een samenkomst van kennis die wij in de les hebben opgedaan. Daarnaast zijn opdracht 10 en 11 uitwerkingen op deze stof met eigen inzicht. Op voorhand hebben we de gemeenschappelijke onderdelen eerlijk verdeeld.

Opdrachten §1

Gedichten n.a.v. een muziekfragment

1.1.

1.2. Omdat het muziekstuk uit 3 verschillende delen bestond heb ik een verschillende gedichten gekozen. Kort;

1e deel: 1e strofe van “Paradise regained” | 2e + 3e deel: “Big Bang” of 2e strofe van “Paradise regained”

1.3. Toelichting op de gekozen zinnen

  • 1e deel:
    • ‘De zon…antilope voorbij.’

In de muziek komen scherpe klanken terug. Die plots veranderen in lichte geluiden en dan weer scherp en streng worden. Ik vind daarom dat je deze klanken goed kan vergelijken met de natuur beelden van zee en zon die razend bewegen en waarvan je niet kan voorspellen wat ze gaan doen.

  • 2e deel:
    • 1e strofe van “Big Bang”: ‘Laat mij…vleesgeworden hemelstralen’

De muziek is in het 2e deel van het stuk heel rustig met zachte klanken waardoor dit op eenzaamheid kan duiden.

  • 2e strofe van “Paradise regained”: ‘Zwervende tussen…meeslepende wijs:’

Het 2e fragment had dus inhoudelijk veel zachte klanken. Hierdoor zou het stuk ook positief gelinkt kunnen worden aan het “zwerven” op mooie plekken (langs ‘fonteinen van licht’) en in heerlijk gezelschap (zingende ‘blonde vrouw’)

 

Opdrachten §2

Gedichten n.a.v. een filmfragment

2.1. Een hulpeloze vader die zijn dochter verliest doordat zij verdrinkt is natuurlijk uiterst triest, maar toch zorgde de overdreven uitingen van de karakters soms wel voor een grappig moment in het stuk.

2.2. “Requiem” – Ed. Hoornik

2.3. De zin “Te Middelharnis is een kind verdronken” weergeeft direct het beeld van het filmfragment. Daarnaast is een man te zien die ternauwernood zijn dochter wil redden maar niet precies weet wat te doen. Dit gedicht beschrijft ook een persoon wie zich geen raad weet met de dood/verdrinking van een kindje. Toch is deze bewering waarschijnlijk deels waar omdat het gedicht hoogstwaarschijnlijk een dieperliggende boodschap wil overbrengen. Op voorhand dacht ik dat de strekking een vader met een miskraam was maar na onderzoek op internet bleek dat het gedicht waarschijnlijk kritiek op de romantiek was.

 

Opdrachten §4

Poëzie en liedteksten

4.1. ‘Winter’ is een gedicht, ondanks dat bevat het geen rijmschema. Maar omdat ‘Winter’ verhalend geschreven is, is het geen songtekst. Dit merk je ook wanneer je het probeert te zingen. ‘De stilte’ is een songtekst. Omdat herhaling voorkomt in het “lied”. Ook is kenmerkend dat ‘Winter’ een achterliggende boodschap bevat. Bij het nummer ‘de stilte’ in de 1e strofe: ‘De stilte,…veel kleuren.’ Een boodschap maar wanneer je hierover nadenkt is dit niet heel diep want de schrijver bedoelt hier dat de stilte op veel plaatsen terug komt. Dit staat er feitelijk ook maar iets moeilijker geformuleerd. Bij een achterliggende gedachte in een (goed) gedicht gebeurt dit ook maar dan moet je meer en gecompliceerdere woorden substitueren om de kerngedachte eruit te halen.

4.2. ‘Grootmoeder in een stoel’ is een gedichte dit valt vooral op te maken uit de laatste deel: ‘haar hart…willen gaan?’ Ten eerste is het ongebruikelijk om “brr” te gebruiken in een muziekstuk maar ook de zinsbouw van ‘waarom zijn wij blijven staan die mee hadden willen gaan?’ is niet een zin die in een liedje terugkomt

 

 

 

Opdrachten §5

Het doel van Poëzie

Algemeen

5.1. Poëzie heeft geen vaste vorm. Wel bevat het meestal een rijmschema.

5.2. Poëzie wordt vaak gebruikt om een emoties of een  sociale convictie te uiten.

5.3. Dit verschilt per persoon maar over het algemeen neem de kwaliteit van het gedicht door gebruik te maken van rijm, metrum en beeldspraak.

 

Het gedicht

5.1.1. Kenmerkend is eindrijm: a b b a – a b b b c

5.1.2. Kenmerkend uit dit gedicht is de herkenbaarheid die poëzie kan hebben.

5.1.3.  Dit gedicht is een goed gedicht wanneer de schrijver zijn boodschap heeft overgebracht.

 

5.2.1. Een gedicht kan net als dit gedicht bestaan uit halve zinnen die verder lopen op de volgende regel

5.2.2. Gedicht kan net zoals als dit kan ook nietszeggend zijn, en alleen als vermaak dienen.

5.2.3. De boodschap die dit gedicht wil uitdragen is in zo min mogelijk woorden zoveel mogelijk vertellen

 

Misverstand

5.3.1. De vorm van poëzie zou ook net als dit gedicht kunnen bestaan uit verschillende versen.

5.3.2. Waarmee de schrijver zijn gevoel wil uiten

5.3.3. Dit gedicht is goed wanneer er voldoende persoonlijke elementen in zitten, waardoor de lezer wordt meegetrokken in een stroom van emoties.

 

Zoek de beer in het bos

5.4.1. De vorm van dit gedicht is niet belangrijk. (Wel is veel alliteratie en assonantie.)

5.4.2. Waarschijnlijk wil de schrijver je laten nadenken

5.4.3. En is zijn missie volbracht wanneer men de taalgrap door heeft.

 

5.5.1. De vorm heeft vooral met ritmische effect te maken wat terugkomt. Waarbij in het heel gedicht hetzelfde metrum wordt gebruikt.

5.5.2. Dit gedicht heeft waarschijnlijk als doel om jezelf te ontdekken. Of om te uiten hoe de schrijver zichzelf ontdekt.

5.5.3. De boodschap is waarschijnlijk duidelijk wanneer je eruit een strekking kan trekken.

 

Programma

5.6.1. Dit gedicht is ook weer overlopend

5.6.2. Hiermee wil de schrijver zijn mening uiten

5.6.3. En zijn boodschap ligt dieper en is overgebracht wanneer deze wordt begrepen.

 

Woningloze

5.7.1. De vorm van het rijmschema is: ABBA ABAB ACCDDC. Waarbij dus eerst sprake is van omarmde rijm (1e strofe) en in de 2e strofe dit gekuiste rijm is.

5.7.2. Doel is om de lezer te laten ervaren hoe fijn schrijven is.

5.7.3. En de boodschap is om de lezer te laten begrijpen wat hij met de metaforen bedoelt.

 

Opdrachten §6

Vormaspecten (vervangende opdracht i.p.v. §7)

6.1.a.1. Dactylus

6.1.a.2. Jambe

6.1.a.3. Dactylus

6.1.a.4. Jambe

6.1.a.5. amfibrachys

6.1.a.6. anapest

6.1.b. Antimetrie= ‘Wegvliegt’. Deze techniek heeft J.C. Bloem waarschijnlijk toegepast om nadruk te leggen op het woord.

6.1.c. 1: ‘stormig uw strand’ | 6: ‘ondeugende dingen’

6.1.d. Gedicht 3 en 5. Dit komt omdat 3 tekort is voor een gekruiste rijm (minimaal 4 regels voor nodig). Gedicht nummer 3 is “a a” want ‘verlept’ rijmt op ‘schept’. Gedicht 5 bevat gepaarde rijm (a a b b)

6.1.e. Binnenrijm; regel 1 rijmt ‘eef ick’

6.2.a. ‘Verloren zijn de prille wegen’ zijn een verwijzing naar de jeugd of ieder geval naar een tijd die niet opnieuw kan worden geleefd.

6.2.b. het najaar belaagt staat geschreven. Hier krijgt iets levenloos  de kenmerken van iets levends.

6.2.c. Het gedicht bevat 4 kwatrijnen.

6.2.d. gekruiste rijm, want telkens rijmt de 1e regel op de 3e regel en de 2e regel op 4e regel.

6.2.e. 3 voorbeelden van assonantie: 2e regel: ‘najaar en belaagt’ | 5e regel: ‘kamer, waar gelaten’ | 9e regel: ‘jaren gaan’

6.2.f. amfibrachys

6.2.g. Een troosteloos verleden

 

Opdrachten §8

Des dichters tool box 3: beeldspraak en stijlfiguren

8.1. Februarizon

  • Regel 1: ‘Weer gaat…meisjeskamer open’

De wereld kan niet opengaan als een meisjeskamer maar is dus beeldspraak. De betekenis van deze zin is dat de lente is aangebroken, verwezen wordt naar een meisjeskamer omdat kenmerkend aan een meisjeskamer het zachte, keurige is. Zoals geschreven ‘Weer’ (1e regel) want dit gebeurt ieder jaar opnieuw.

  • Regel 4: ‘raamloos huis…en piano’s.’

Met het raamwerk wordt de constructie van het pand bedoeld. Deze zin wil dus uitdrukken dat het huis alleen maar trappen bevatten en dat overal piano’s staan.

  • Regel 5 en 6: ‘de populieren…vol vogelstemmen’

(Fout in onze opdracht, kinderstemmen moet vogelstemmen zijn)

De bedoeling hiervan is dat de bomen op een constante wijzen weer gaan bloeien en de tekst zegt dat hierdoor de vogels weer komen. Ofwel de lente begint

  • Regel 7 en 8: ‘en heel…helblauwe zijde’

Een vliegtuig laat soms witte sporen na in de lucht. De schrijver wil uitleggen dat zelfs in de lucht de bloementjes gaan groeien omdat het lente wordt.

  • Regel 9: ‘de zon…ernstig kind’

Hier wordt bedoeld dat de zon ook weer veel gaat schijnen en dat de temperatuur toeneemt want hij kan zich kinderlijk zonder schoenen buiten begeven.

  • Regel 10: ‘ik draag…eerste lentewind’

Betekenis: hij voelt de zachte lentelucht langs zijn gezicht

8.2. Dood Liedje

  • Regel 1: ‘Lief maskertje van amandelogen’

Betekenis: een gezicht met ogen in de vorm van een amandel

  • Regel 2: ‘Lief torsje van albasten borstjes’

Hier wordt een deel van het bovenlichaam beschreven dat perfect is maar ook snel kan beschadigen net als gipsalbast.

  • Regel 3, 4, 5 en 6: ‘Straks graaft…me dansen’

Het gedicht gaat over een geliefde in de hemel. Wanneer de schrijfster zal overlijden wordt beschreven dat wanneer zij wordt begraven, dan waarschijnlijk al minimaal 1 dag dood, al met de persoon in de hemel zal zijn

  • Regel 14: ‘lief maskertje, lief torsje’

Het maskertje en het torsje zijn dus delen van het lichaam van de persoon in de hemel

  • Regel 15: ‘ik kom’

Houdt in dat de schrijfster binnenkort in de hemel haar geliefden zal treffen.

 

 

 

Opdrachten §10

Zelf aan de slag

10.1. ademen | lachen | huilen | feesten | voelen | slapen | studeren | horen | zoenen | overlijden

10.2. lachen: blij zijn, vrolijkheid, plezier, vermaak, leuke activiteiten, positiviteit, samenzijn, spanning,

10.3. garage | club | terras | park | thuis

10.4. Ik ben in het park, ik denk aan mooie dingen want de zon schijnt en het water schittert oogverblindend.

10.5.

Als zoon van de mensen[1] beperkt,

Vol zonneschijn en blink,

Pikkelt als welvarend element afgewerkt

van twee tuinen met een vink,

 

Verspreid enkel een muur van tranen[2],

Alleen de diepte is te bespeuren

waarbij het schijnt als spanen

en je bekijkt en wacht op goedkeuren

 

Met zijn golvende opperste heerst,

voor sommige

wende zich een weg,

Bij gelegenheid brommige

 

Fukushima, help de mensen

Anders kunnen ook zij niet meer wensen

 

 

 

Opdrachten §11

De Eindopdracht

Insomnia

 

Denkend aan de dood kan ik niet slapen,

En niet slapend denk ik aan de dood,

En het leven vliedt gelijk het vlood,

En elk zijn is tot niet zijn geschapen.

 

Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘te wapen’,

Waar de levenswil ten strijd mee noodt,

Naast der doodsklaroenen schrille stoot,

Die de grijsaards oproept met de knapen.

 

Evenals een vrouw, die eens zich gaf,

Baren moet, of ze al dan niet wil baren,

Want het kind is groeiende in haar schoot,

 

Is elk wezen zwanger van de dood,

En het voorbestemde doel van ‘t paren

Is niet minder dan de wieg het graf.

 

 

J.C. Bloem (1887-1966)

 

Uit: Verzamelde gedichten, 2de dr. (1965)

Uitgever: Polak & Van Gennep, Amsterdam

11.a. Leven van de schrijver

J.C Bloem is één van de grote, klassieke dichters uit de literatuur. Hij stamt af uit de bestuurdersfamilie. Als grootvader Bloem in 1904 sterft laat hij een kapitaal en bezittingen na, de ouders van Boem vestigen zich in een villa bij Amersfoort. Zijn vader wordt burgemeester. Jacques bloem heeft geen speciale jeugd gaat , maar wel een fantastische. Zo noemt hij zijn jeugd ook wel ‘’verloren paradijs’’. Hij maakt uiteindelijk zijn gymnasium-A af en gaat vervolgens rechten studeren. Rond 1909 maakt hij zijn eerste gedichten bekend in het tijdschrift “De Beweging van Albert Verweij”.

11.b. Algemene thematiek in de gedichten van J.C. Bloem

‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen, En niet slapend denk ik aan de dood’. De teksten van J.C. Bloem bevatten veel teksten over de dood. Het leek of Bloem een droomwereld vond in zijn gedichten waarin hij zijn verlangens kon uiten. Wanneer hij dan weer op aarde terugkeerde leek het of dit geluk, waarnaar hij sterk verlangde, ontoegankelijk was. Wellicht zijn deze wensen door zijn jeugd ontstaan. Doordat zijn gezin veel geld had geërfd maar door slechte investeringen veel verloor. Naast het feit dat J.C. Bloem zijn gedichten een negatieve boodschap bevatten is ook de moedeloosheid een kenmerk in zijn gedichten. Een voorbeeld waarin je duidelijk de schrijfstijl van J.C. Bloem terugziet is een fragment uit het gedicht “afscheid”.

 

Afscheid (fragment)[3]

In het stedelijk duister van de straten

nemen we afscheid – en het drukt als lood,

kijken om en wuiven, reeds verlaten,

slaan de hoek om, en het is de dood.

 

Bovendien schreef Bloem heel algemeen en helder. Dit bond vele aan zijn gedichten. Volgens Bloem heeft poëzie ‘enkele essentiële dingen van het leven zo uit te spreken, dat dit van mij en van niemand anders zou hebben kunnen zijn.’

 

Vormaspecten

11.c.A.1. Insomnia – J.C. Bloem √

11.c.A.2. schriel= kaal

11.c.A.3. √

11.c.A.4. √

11.c.B.1. Insomnia is een klassiek sonnet omdat de strofebouw ABBA – ABBA – CDB – BDC is. Het is geen zuiver klassiek sonnet omdat de laatste 2 strofen niet CDC – DCD zijn. De strofeopbouw bestaat uit 2 kwatrijnen (=octaaf) en daarna volgen 2 terzetten (=sextet).

11.c.B.2. Het metrum in het gedicht is trochee. De versvoet is beklemtoond en daarna volgt een onbeklemtoonde lettergreep.  (    ͞       ͝   )

11.c.B.3.1. Er is wel sprake van eindrijm in het gedicht. En de eerste 2 kwatrijnen zijn omarmde rijm.

11.c.B.3.2. Er is sprake van assonantie in regel 8: ‘grijsaards oproept met de knapen’, in regel 9: ‘Evenals een vrouw, die eens gaf,’ en in regel 10: ‘al dan’

11.c.B.3.3. Er is sprake van alliteratie in regel 2: ‘denk ik aan de dood,’, in regel 3: ‘vliedt gelijk het vlood,’, in regel 7: ‘schrille stoot,’

11.c.B.4. geen enjambement

11.c.B.5. Het gedicht bevat niet diepgaande beeldspraken zoals in regel 3: ‘het leven vliedt gelijk het vlood’ een metafoor want het leven kan niet stromen. En tevens in regel 11: ‘schoot’. Hier wordt verwezen naar de buik van de moeder. Ook in regel 14 staan 2 metaforen. De 1e is ‘wieg’ wat op de betekenis van het leven duidt. En het 2e woord in regel 14 is ‘graf’ wat naar de dood verwijst. Bovendien wordt met het woord ‘zwanger’ in regel 12 bedoeld dat degene in afwachting is van iets, in dit geval is dat de dood.

Maar daarnaast bevat het gedicht ook diepere “beeldspraak lagen”. Zoals in de 2e strofe, die geheel als verwijzing geldt naar een oorlog. En ook in de 3e strofe gaat de auteur diep. Zo heeft dient deze strofe als vergelijking met de 4e strofe, waarbij inhoudelijk bedoelt wordt dat de mens bij de geboorte meteen sterfelijk.

11.c.B.6. De tekst bevat 5 soorten “speciale” stijlfiguren. De eerste 2 bevinden zich in regel 1 en 2. Deze regels zijn zowel een hyperbool als een chiasme. De regels zijn een hyperbool omdat de schrijver hier overdrijft in zijn uitspraak, daarnaast is het een kruisstelling omdat samenhangende zaken worden verdeeld over 2 regels. Verder is het woord ‘En’ in regel 2 tot en met 4 een anafoor en is regel 4 een antithese omdat ‘elk zijn is tot niet zijn geschapen’ een tegenstelling is waardoor J.C. Bloem wil laten merken dat er een verschil is. Vervolgens is regel 10 een inversie omdat de nadruk op het woord ‘Baren’ wordt gelegd. Voorts is regel 12 ook een antithese, want elk wezen is zwanger van de dood een metafoor
11.c.C. Interpretatie

De betekenis die J.C. Bloem aan dit stuk wilde geven is lastig te achterhalen. De tekst zou kunnen worden geïnterpreteerd als een betoog voor abortus, omdat de slechte kanten van het leven worden weergeven en de angst voor de dood telkens terug komt. Tevens zou de tekst alleen de angst voor de dood kunnen uitdrukken. Dit begint natuurlijk al in de eerste regel. Waarbij de eerste strofe een totaal beeld geeft van het (negatieve in) leven. De 2e strofe wil aangeven dat naast het feit van doodgaan ook de menselijke zwakheden (zoals oorlog) zorgen voor negatieve kanten in het leven. Het is negatief voor de vrouw want ze krijgt een verplichting erbij en in de laatste strofe wordt beschreven dat gelijk aan de eerste het leven toch altijd eindigt in de dood.
11.c.D. Koppeling aan het werk van de dichter

Typerend voor onze dichter, J.C. Bloem, is zijn negatieve kijk op het leven (althans zijn gedichten interpreteer ik negatief) waarbij de dood centraal staat. Concluderend is dit gedicht hier een zeer goed bewijs van, de dood staat immers ook centraal in dit gedicht. Vooral de eerste 2 alinea’s zijn helder opgebouwd dus dat komt ook redelijk overeen met de op voorhand beschreven kenmerken van J.C. Bloem.

 

 

 

Conclusie

Door het Poëzieproject heb ik veel geleerd over de dichtkunst. Ik ben hierdoor op een andere manier naar Poëzie gaan kijken en kan de gedichten nu veel beter begrijpen. De onderdelen alliteratie, assonantie en enjambementen zijn nu veel duidelijker dan voorheen. Maar ook het gedeelte over metrums begrijp ik nu beter. De auteur J.C. Bloem is meerdere malen teruggekomen waardoor ik meer over hem weet. Ook begrijp je door diep in te gaan op 1 gedicht andere gedichten ook beter.

 

De samenwerking is niet helemaal volgens plan verlopen. De gezamenlijke onderdeel van opdracht 11 heb ik samen met Niek Beijloos gemaakt. De rest van het dossier heb ik zelf gemaakt of verder uitgewerkt, op basis van wat we in de les gedaan hebben.

 

Wel ben ik tevreden met het eindresultaat dat ik samen met mijn groep heb neergezet. Ik denk dat ik kan terugkijken op een succesvol Poëzieproject.

 

 

 

Bronvermelding

 

 

[1] http://nl.wikipedia.org/wiki/Khalil_Gibran

[2] http://www.spiritum.nl/wijsheden-spreuken/

[3] http://www.gedichten.nl/nedermap/gedichten/gedicht/215855.html?zoekresultaat=ja

Geef een reactie